Bloedprikken neonaten

Bij premature pasgeborenen ontwikkelt zich vaak anemie (bloedarmoede). Deze groep vormt dan ook één van de patiëntenpopulaties binnen de kindergeneeskunde die de meeste bloedtransfusies ondergaat. Aan het ontstaan van bloedarmoede bij te vroeg geborenen dragen vooral de vele bloedafnamen voor laboratoriumonderzoek bij. Het totale volume rode bloedlichaampjes dat via bloedtransfusie weer moet worden toegediend is direct gerelateerd aan de hoeveelheid bloed die wordt afgenomen voor diagnostiek. Het gemiddelde bloedvolume bij de mens is ongeveer 8% van het lichaamsgewicht, voor neonaten is dit zo’n 85-95 ml per kg lichaamsgewicht. Geen wonder dus dat als er meerdere malen per dag bloed wordt afgenomen voor diagnostisch onderzoek (al gauw zo’n 2 a 3 ml per keer) met name neonaten zoveel bloed verliezen dat dit alleen met een bloedtransfusie gecompenseerd kan worden.
Bloedtransfusies hebben verschillende risico’s. Er bestaat een (klein) risico op transmissie van virussen. Verder onderdrukken transfusies de rode bloedcel aanmaak, hetgeen kan leiden tot ijzerstapeling. Het is daarom belangrijk het aantal transfusies te beperken. Een van de manieren om dat te bereiken is het verkleinen van het bloedvolume dat voor diagnostiek wordt afgenomen. Hiervoor heeft Abbott een goede oplossing. De Architect ci8200 geïntegreerde Chemie- en Immunoanalyser is in staat uit een minimaal volume (100 ul) een heel panel aan bepalingen te verrichten. De ci8200 is getest in Nederland op het analyseren van micromonsters. De conclusie was dat verschillende type microbuisjes zonder probleem kunnen worden verwerkt, waardoor minder bloed hoeft te worden afgenomen.
Bovendien levert Abbott Point-Of-Care een systeem voor “aan het bed” analyse, de iStat analyser. Dit systeem is in staat om uit 100ul bloed de meest gevraagde bepalingen te doen.

Bloedprikken neonaten